ZZP’er valt van verdieping bouwplaats: werkgever aansprakelijk ondanks getuigen die meineed pleegden
ZZP-val op de bouwplaats © Letselschade-Claim
De situatie
Op 26 juni 2020 werkte een ZZP’er op een bouwplaats in opdracht van een eenmanszaak. Er werd een nieuwbouwwoning gebouwd. Op de zolderverdieping werden met een mobiele telescopische kraan pallets met bouwmaterialen door een opening in het dak gehesen. De ZZP’er stond op de zolderverdieping om de last af te koppelen. Op het moment dat hij de haken losmaakte, bewoog de pallet plotseling. Hij werd uit de opening geduwd en maakte een val van ruim vier meter. Hij belandde op het dak van de onderliggende aanbouw.
Het letsel was ernstig en bleek blijvend van aard. De Nederlandse Arbeidsinspectie deed onderzoek. Wat daarna volgde, was een juridische strijd die bijna vier jaar zou duren — inclusief een strafrechtelijk onderzoek naar meineed.
De werkgever ontkende alles — en zette getuigen onder druk
De eenmanszaak erkende de aansprakelijkheid niet. Hij vertelde een compleet ander verhaal: het ongeluk had na werktijd plaatsgevonden, de ZZP’er was van een zeecontainer gevallen nadat hij collega’s voor de grap nat had willen gooien met een emmer water.
Twee getuigen bevestigden dit verhaal aanvankelijk bij de rechter. Maar bij het strafrechtelijk onderzoek van de Officier van Justitie bleek dat die getuigen meineed hadden gepleegd: zij bekenden allebei dat ze opzettelijk een valse verklaring hadden afgelegd. De werkgever had bovendien de kraanmachinist benaderd om zijn verklaring te wijzigen en probeerde ook de moeder van de ZZP’er over te halen de schade via haar eigen verzekering te laten lopen.
De Arbeidsinspectie concludeerde daarentegen — onafhankelijk — dat het ongeluk wél tijdens het werk had plaatsgevonden. Kraanmachinist, buurvrouwen en andere getuigen bevestigden het verhaal van de ZZP’er. De kantonrechter beoordeelde de verklaring van de werkgever als “volstrekt ongeloofwaardig”.
Wat de rechtbank besliste
De Rechtbank Midden-Nederland oordeelde dat het een arbeidsongeval betrof en dat de werkgever aansprakelijk was op grond van artikel 7:658 lid 4 BW. Dat artikel geldt ook voor ZZP’ers die onder gezag van een opdrachtgever werken. De opening in het dak was volledig vrij toegankelijk. Er was geen enkele valbescherming aangebracht — geen hekwerk, geen harnas, geen andere voorziening. De Arbeidsinspectie had dit uitdrukkelijk vastgesteld.
De werkgever had zijn verweer volledig opgebouwd rondom het onware “zeecontainer-scenario” en had niets aangevoerd over de zorgplicht voor de daadwerkelijke toedracht. Daarmee stond zijn aansprakelijkheid vast.
De schadevergoeding werd verwezen naar een schadestaatprocedure, zodat de omvang van het letsel en de gevolgen nader kunnen worden vastgesteld. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 6.298,38.
Wat u hiervan kunt leren
- Als ZZP’er heeft u dezelfde bescherming als een werknemer. Artikel 7:658 lid 4 BW stelt de opdrachtgever aansprakelijk als u als ZZP’er onder zijn gezag werkt en schade lijdt. Gevaarlijk werk op een bouwplaats valt altijd onder deze bescherming.
- Geen valbescherming = zorgplicht geschonden. Op een bouwplaats waar op hoogte wordt gewerkt, is valbescherming niet optioneel. Ontbreekt die — geen hekwerk rondom een gat in het dak, geen harnas, geen instructie — dan is de aansprakelijkheid vrijwel zeker.
- Blijf procederen, ook als de werkgever ontkent en getuigen oproept. In deze zaak ontkende de werkgever alles en liet hij getuigen een vals verhaal bevestigen. Dankzij de verklaringen van onafhankelijke getuigen, het Arbeidsinspectierapport en uiteindelijk het strafrechtelijk bewijs van meineed, won de ZZP’er de zaak toch. Geef niet op.
- Bewijs vastleggen direct na het ongeluk is cruciaal. Foto’s van de bouwplaats, verklaringen van omwonenden en het Arbeidsinspectierapport waren in deze zaak doorslaggevend. Zorg dat uw claimbureau direct na het ongeluk bewijs veiligstelt.